Opnamen [verplaatsen]

Robert Samuel Bosari

  • Naam Robert Samuel Bosari
  • Achternaam Bosari
  • Geboorteplaats Paramaribo, Suriname
  • Geboortedatum 1950

Samenvatting

Mijn vader is in het kindertehuis op Leliëndaal grootgebracht. Hij is naar Paramaribo gegaan om het eerste gedeelte van de Geneeskundige School te volgen. Maar toen werden mijn broer en ik geboren en kon mijn vader zijn studie niet meer betalen. Hij is nooit arts geworden, maar verpleger gebleven. Later heeft mijn vader ook in district  Commewijne gewerkt. Als verpleger hielp hij mensen die ziek waren of verwondingen hadden, en deed hij bevallingen. Met zo’n rivierbootje bezocht hij al die dorpen aan de linkeroever van de Commewijnerivier.
Mijn vader was de eerste Javaanse verpleegkundige in Paramaribo, vandaar dat wij in de Stad geboren zijn. Ik speelde alleen maar met de Creoolse jongens in de buurt, want er waren weinig Javaanse kinderen. Voor mij was dat normaal, ik kende niet anders. Maar toen ik vijf was en mijn ouders gingen scheiden, moest ik naar Leliëndaal, naar het kindertehuis waar ook mijn vader had gezeten. Toen ik voor het eerst in Leliëndaal aankwam, was het voor mij een verrassing om alleen maar Javaanse en Indiase kinderen te zien. En ik zag al die kampongs, die kende ik niet. Al die Javaanse gewoonten als slametan (offermaaltijd) en idul fitr vieren, dat was voor mij allemaal nieuw.
[Familie en Opvoeding]
[Cultuur en Identiteit]



Mijn creativiteit heb ik al heel vroeg ontdekt. Ik was handig met mijn handen, ik kon tekenen, ik kon boetseren en ik kon met de zaag overweg. Dat heb ik allemaal in het kindertehuis in Leliëndaal geleerd. Wij hebben bijvoorbeeld het meisjeshuis gebouwd. Dan moesten we timmeren, stenen sjouwen en schilderen.
Ik was een jaar of elf toen ik meedeed aan mijn eerste tekenwedstrijd: een landelijke wedstrijd vanuit Paramaribo. Ik won de eerste prijs. We kregen toen honderd gulden voor het kindertehuis, dat was toen heel veel geld. Die prijs stimuleerde mij om door te gaan met tekenen. Na de ULO wilde ik naar de kunstacademie, maar de EBG school vond dat ik verder moest studeren. Toen ben ik weggelopen, ik was zestien. Ik pakte mijn biezen, klom over het hek en weg was ik. In het begin van de jaren zestig waren een paar Surinaamse kunstenaars, die in Nederland waren opgeleid, terug gekomen naar Suriname om kunstopleidingen op te zetten. Ik meldde me aan voor de kunstacademie, dat was in 1966. En vanaf die tijd ben ik doorgegaan. In 1970 won ik weer een prijs: de eerste Surinaamse schildersprijs. Ik kreeg een gouden medaille en kon een maand naar Caracas in Venezuela om  stage te lopen. Ik stond er versteld van om van zo’n kleine stad als Paramaribo een grote stad als Caracas te zien. Ik legde contact met plaatselijke kunstenaars. Ze zeiden met dat ik met zo’n groot talent uit Suriname moest vertrekken, maar dat wilde ik niet. Als Surinaamse kunstenaars hadden wij een doel voor ogen: we wilden in Suriname blijven om mee te helpen het land onafhankelijk te maken. Maar naarmate je ouder wordt ga je aan je toekomst denken. Blijf ik hier? En hoe ga ik dan inspiratie opdoen? Toen kwam pats boem de gedachte: ik vertrek. Ik heb ik een enkele reis geboekt, en ik ben zo vertrokken. Dat was in 1972.

In Suriname hadden we het idee dat Nederlandse kunstenaars heel progressief waren, maar toen ik hier kwam was het een saaie boel. Als ik met mijn docenten beeldhouwen over politiek sprak, zeiden ze dat ik me daar niet mee moest bemoeien. Maar ik ging gewoon door, ik was in die periode ook geïnteresseerd in de filosofie. Ik las veel boeken: Hegel en Sartre. En ik luisterde naar klassieke muziek: van Bach tot Beethoven. Mijn familie vond het maar raar dat ik van dat soort muziek hield.
[Lering en Scholing]
[Migratie en Transnationalisme]
 


In mijn kunst maak ik tekeningen, schilderijen, aquarellen en beelden in brons en in was. Behalve de wayang kulit (figuren gesneden uit koeienhuid gebruikt bij schimmenspel) ben ik ook geïnspireerd door de Surinaamse kunst van de Indianen en de Marrons, de nakomelingen van de weggelopen slaven. Dat zijn mijn voornaamste inspiratiebronnen. Ik probeer toch mijn roots te vinden. Wie ben ik? Wat ben ik? Ik ben een Javaan, maar wat en wie is een Javaan? Ik ben niet grootgebracht onder de Javanen, dus hoe voelt een Javaan zich? In het kindertehuis in Leliëndaal waar ik ben grootgebracht, waren wel allemaal Javaanse kinderen, maar we spraken geen Javaans. Als jonge jongen hoorde je ´s avonds gamelanmuziek uit Visserszorg, de kampong (wijk) naast Leliendaal. Maar wij mochten niet gaan kijken, wij waren christelijk grootgebracht. Dus alleen wanneer ik in de vakanties bij mijn oma was in Bakdam, kon ik ’s avonds naar een feest of naar een wayang (schimmenspel) uitvoering. Met mijn oma bleef ik de hele nacht op. Dan hoorde ik die muziek en dan wist ik: dit wordt mijn inspiratiebron.
Aan de andere kant heb ik mij ook artistiek laten beïnvloeden door grote kunstenaars uit Europa zoals bijvoorbeeld Cezanne, Picasso, van Gogh en Karel Appel. Als zeventienjarige jongen kreeg ik mijn eerste kunstboek en ik dacht meteen: ‘Wauw, doen ze dat in Europa?’  Zij waren mijn grote inspiratiebronnen en dat zijn ze nog steeds.
[Cultuur en Identiteit]


Volledig interview

Interviewer: Lisa Djasmadi
Bewerkt door: Lisa Djasmadi
Datum: 31 oktober 2009


Robert Samuel Bosari beeld Niti Pawiro Suriname gezamenlijk project Surinaamse Javaanse beeldende kunstenaars.jpg     Robert_Samuel_Bosari_02_kunstwerk_31-oktober-2009.jpg     Robert_Samuel_Bosari_01_portrait_31-oktober-2009_a.JPG     Robert Samuel Bosari op wayang geinspireerd kunstwerk 1.jpg   Robert Samuel Bodari beeldhouwen_a.jpg

Woonplaatsen

  • Suriname 1950 - 1972
  • Nederland 1972 - 1984
  • Suriname 1984 - 1987
  • Nederland 1987 -

Geef een cijfer aan dit interview!

595 stemmen , Waardering: 3.0 Rating_off Rating_off Rating_off Rating_off Rating_off