Opnamen [verplaatsen]

Wagiman (Sato) Atmopawiro

  • Naam Wagiman Atmopawiro (alias Sato)
  • Achternaam Atmopawiro
  • Initialen W.
  • Geboorteplaats CombĂ©, Paramaribo
  • Geboortedatum 1949

Samenvatting

Ik ben geboren op 25 mei 1949. Ik was pas zestien maanden oud toen mijn moeder beviel van mijn broertje. Dat was teveel voor mijn ouders. Een van ons moest uit huis, dus werd ik door andere mensen opgevoed. Het was een ouder echtpaar. Mijn kweekvader was een soort priester, mijn kweekmoeder was een tukang pijit (masseuse). Je kunt zeggen dat ik geen liefde heb gehad van mijn eigen ouders. Een broer en een zus van mij zijn ook door anderen opgevoed. Dat wist ik niet, daar kwam ik pas veel later achter.

Mijn kweekvader was al oud, ik noemde hem Mba. Deze opa bracht mij elk weekend mee naar een  pajak [ontmoetingsruimte], die speciaal gebouwd was voor de Javanen om wayang voorstellingen en ledhèk (danseres die wordt ingehuurd om te dansen voor (meestal mannelijke) feestgangers die ervoor betalen. Dit is een manier om de kosten van het feest te dekken ) te organiseren. Er waren 2 bebers (matten) om ceken (kaartspel) te spelen. Ik ben dus opgegroeid tussen ludruk (Javaans volkstoneel) en gamelan. Het geeft mij rust. Tot nu toe. Overal waar mijn kweekopa ging, was ik ook. Ik was daarom veel tussen oudere mensen en ben daardoor vroeg rijp geworden. De ouderen waren eenzaam, het was een harde tijd. Het Javaanse vermaak was een manier om bij elkaar te komen. Ik kan het niet een gelukkige tijd noemen, maar ik heb wel speciale herinneringen aan die tijd.
[Familie en Opvoeding]


Mijn pleegmoeder streek voor andere mensen: voor chinezen. Dat deed ze met een zwaar strijkijzer op areng [houtskool]. Het was zwaar werk, vooral omdat ze last van reuma had. Mijn kweekvader werkte bij de reinigingsdienst. Javanen waren de brombere’s (schoonmakers van beerputten en riolen). De Hindostanen hadden de wagens, maar de Javanen deden het vuile werk. Mijn pleegvader stonk altijd, hij stonk altijd naar vuil. Ik heb het vroeger heel kwetsend gevonden dat Creolen zeiden: ‘Japanesi poeroe sket’ (Javanen zijn  poep opruimers). Dat is een trauma voor mij geweest, maar ik ben er nu overheen. Ik ben veel met zwarte jongens opgetrokken, maar het was niet opbouwend, alleen maar destructief. Dus heb ik een grens getrokken, het is klaar.  Ik ben nu in Nederland en hier ben ik alleen met witte mensen bezig.
[Arbeid en Ondernemerschap]
[Cultuur en Identiteit]



Het kunstzinnige heb ik waarschijnlijk van mijn vader geërfd. Mijn vader had artistieke eigenschappen, maar deed er niets mee. Hij moest overleven. Mijn vader was van de kraton (het Javaanse hof) en dat zijn kunstzinnige mensen. Ik was ook creatief. Ik maakte vliegers voor 5 cent per stuk. Mijn oudste broer was ook artistiek. Hij las veel en tekende veel, en stimuleerde ons om ook te tekenen. Ik kreeg goede cijfers op school voor tekenen, maar er was geen geld om verder te gaan. Ik heb de lagere school gehaald en de ULO. Iedereen die mij zag werken zei: ‘Je moet naar Nederland gaan, want je hebt talent’.

Ik ben in 1974 naar Nederland vertrokken. Ik had een opdracht gehad om 200 politiehelmen te voorzien van beschilderingen. Het leverde fl 7,50 per helm. Met het geld heb ik toen direct een ticket geboekt. Ik kwam helemaal alleen naar Nederland, het was een groot avontuur. Ik maakte deel uit van de Bijlmer Express. Je betaalde 1100 gulden huur per maand in de vrije sector. Elke flat had vijf kamers, dus iedereen had een kamer voor elk 200 gulden. Zo heb ik zeker 2 tot 3 jaar gewoond. Wij werden slecht geïnformeerd. Het enige wat ze zeiden was: ‘Ik  breng je naar de sociale dienst’, voor de rest moest je jezelf redden en dat was zwaar. Sommigen van ons kwamen regelrecht van het platteland van Suriname. Ik heb meegemaakt dat mensen huilden en vroegen: ‘Loop met me mee, want ik ben bang’. Maar ik heb volgehouden, want in Suriname kon ik geen werk vinden. De verleiding was groot om af te dwalen, het ging regelmatig door mijn hoofd om terug te gaan naar Suriname. Ik wilde naar de Rietveld Academie, maar ik kon hier niet verder, omdat ik mijn toelating niet gehaald had in Suriname. Ik heb er zeker drie tot vier jaar over gedaan om me aan te passen. Ik had heimwee. Maar toen heb ik tegen mezelf gezegd: ik ben hier om kunst te maken, ik wil niet met mijn ene been in Suriname staan en met mijn andere in Nederland. En dat is denk ik de juiste keuze geweest. Ik ben nu geen slaaf meer van mijn twijfel, ik kan mijn keuze voor Nederland nu accepteren.
[Migratie en Transnationalisme]
[Cultuur en Identiteit]



Toen ik in 1974 in de Bijlmer aankwam, waren er nog niet zoveel Javanen. We zochten elkaar op. Ik heb meegemaakt dat Parto van Blauwgrond in de Bijlmer handtekeningen verzamelde om subsidie aan te vragen voor een welzijnsvereniging. Hij kreeg een ruimte in Ganzenhoef, onder de garage. Hij organiseerde de bijeenkomsten en maakte het eten, het was gezellig. Dat was in de jaren 80. Voor die tijd hadden we geen vaste ruimte. Wij hadden huiskamer bijeenkomsten en gingen van flat naar flat. Ik heb ook meegemaakt hoe Kwakoe werd opgericht. In 1974, 1975 was dat. Dat was toen nog een klein festival in een buurtcentrum.  Daar waren alleen maar Creolen bij, geen Javanen.
[Verenigingsleven en Welzijn]


Volledig interview

Interviewer: Jenny Nitikromo
Bewerkt door: Hariëtte Mingoen
Datum: 2 februari 2010



Sato_Atmopawiro_34_portrait_29-march-2009.jpg     Sato_Atmopawiro_09_portrait_29-march-2009.jpg     Sato_Atmopawiro_13_portrait_29-march-2009.jpg     Sato_Atmopawiro_18_portrait_29-march-2009.jpg     Sato_Atmopawiro_40_portrait_29-march-2009.jpg

Woonplaatsen

  • Suriname 1949 - 1974
  • Nederland 1974 -

Geef een cijfer aan dit interview!

605 stemmen , Waardering: 3.0 Rating_off Rating_off Rating_off Rating_off Rating_off