Opnamen [verplaatsen]

Rudy Moekïat Samiran

  • Naam Rudy Moekïat Samiran
  • Achternaam Samiran
  • Geboorteplaats Bakkie, Suriname
  • Geboortedatum 1955

Samenvatting

Tegen de tijd dat ik 23 was, vertrokken velen naar Nederland. Toen ben ik ook hier naartoe gekomen. Er zijn dingen in je leven waarvan je achteraf denkt: dat had ik anders moeten doen.  Maar als je jong bent, handel je impulsief. Het was op een donderdagmorgen, ik was op kantoor. Ik werd gebeld door een kennis: “Ga je mee naar Holland? Daar kun je verder studeren”. Ik kwam thuis en zei tegen mijn moeder dat ik naar Holland wilde gaan. Mijn moeder vroeg waarom, want ik had al een goede opleiding en een goede baan. Maar het drong niet tot me door. Die zaterdagochtend ben ik naar het reisbureau gegaan en heb ik een ticket gehaald. Ik heb mijn moeder nog nooit zo stil gezien als in dat weekend. Het enige wat ze me vroeg op de zondag dat ik vertrok, was wat ik wilde eten. Ze is naar de markt gegaan en heeft mijn lievelingsgerecht klaargemaakt: godong ranti (Javaanse naam voor gomawiri: een Surinaamse bladgroente). Bij het afscheid heb ik mijn moeder nog nooit zo zien huilen. Ik had haar misschien beter moeten voorbereiden. Elke keer als ik na een vakantie in Suriname weer terugkeer naar Nederland komt die emotie bij mij op. Tegenwoordig blijf ik een week voor mijn vertrek naar Nederland altijd thuis, met mijn ouders. dan bereid ik ze voor dat ik weg ga. Maar nu heb ik ook weer een ander gevoel, omdat ze oud zijn. Het kan de laatste keer zijn. Dat kwam ook uit toen mijn vader een jaar geleden plotseling overleed.
[Migratie en Transnationalisme]


Toen ik met mijn werk als ouderenwerker begon, sprak ik veel met Javaanse ouderen. Oud worden is moeilijk, als ik met die mensen sprak, dan kwam de nostalgie bij hen naar boven. Ouderen woonden verspreid van elkaar. Ze wilden wel uitgaan, maar vrienden woonden ver. En zo ben ik gaan denken. Ik hoorde van de woongemeenschappen in Den Haag. Ik ben toen met hulp van de heer Danoe de behoefte onder de Javaanse ouderen gaan inventariseren. De behoefte om bij elkaar te wonen was er. Ik ben naar mijn werkgever gegaan en heb gevraagd of hij achter mij zou staan, als ik het project wilde starten om in Hoogezand-Sappemeer een woongroep voor Javaanse ouderen te realiseren. Ik schreef een brief naar de wethouder, hij stuurde me door naar een woningstichting. Daar heb ik aangegeven dat er in de zorg een achterstand bestaat van Javaanse ouderen tegenover de witte ouderen. De zorg is niet aangepast op de behoefte van Javanen. De directeur heeft positief gereageerd. Ik heb de intellectuelen onder de Javaanse jongeren bij elkaar geroepen: een jurist, een notaris, een architect en anderen. Ik heb ze verteld dat ik ben opgevoed met het idee dat ik voor mijn ouders moet zorgen. Maar hier in Nederland kan je niet je ouders in huis nemen. We moeten onze verantwoordelijkheden dus op een andere manier nemen, door een woongroep te starten. Toen is het serieus geworden. Die jongens waren goed geschoold en konden  zelf een onderzoek opzetten. Dat is in goede aarde gevallen bij de woningbouwstichting. En zo is de woongemeenschap voor Javaanse ouderen er in 2008 gekomen.
[Verenigingsleven en Welzijn]


Het moeilijkste hier in Nederland is je kinderen opvoeden. Ik heb twee jongens. Toen mijn kinderen werden geboren, was er hier een beperkt aantal Javanen. Hier ben je meer met elkaar verbonden dan in Groningen of andere grote steden. En die mensen hechten heel veel waarde aan wat ze hebben meegenomen. In de jaren ’80 was de gemeenschap hier pas neergestreken. Mensen waren nog zoekende en wilden hun traditie en hun normen en waarden voorzetten. Mijn kinderen gingen op dat moment naar school en ik zat in een tweestrijd. Hoe moet ik mijn kinderen opvoeden: zoals ik zelf ben opgevoed of anders? Ik zit in een ander land, met andere normen en waarden. Als je je kind wil laten overleven in deze maatschappij, dan moet je die normen en waarden ook aannemen. Toen ik vroeger naar de stad moest, was het zo moeilijk om me aan te passen aan de taal daar. Wij hebben toen bewust voor de Nederlandse opvoeding gekozen. We leven volgens regels en afspraken en we spreken zoveel mogelijk Nederlands met onze kinderen. Wij wilden niet dat onze kinderen in de war raakten. Bepaalde Javaanse waarden hebben wij wel meegegeven, zoals met twee woorden spreken, het aanspreken met oma, opa, oom en tante. Ik merkte wel dat ze op de lagere school niet wisten waar ze bij hoorden. Mijn kinderen kwamen wel eens huilend thuis, omdat ze voor domme Chinees uitgemaakt werden. Het was wel moeilijk voor ons als ouders  om hiermee om te gaan.

Vroeger namen wij onze kinderen vaak mee naar gamelan en kenduren (offermaaltijd die wordt ingezegend en verdeeld onder de aanwezigen). Nu vraag ik mijn kinderen wel mee naar jaran kepang (Javaanse paardendans), maar ik heb het gevoel dat het ze niet bereikt. Maatschappelijk gaat het goed met onze zoons. Maar wij moeten daarvoor een prijs betalen: ze zijn vreemden van onze cultuur geworden.
[Familie en Opvoeding]


Volledig interview

Interviewer: Kemie Tosendjojo
Bewerkt door: Lisa Djasmadi
Datum: 26 juli 2009


     IMG_6392.JPG    Rudy_Moekiat_(Moek)_Samiran_01_portrait_maart-1979 Aankomst Schiphol.jpg

Woonplaatsen

  • Suriname 1955 - 1979
  • Nederland 1979 -

Geef een cijfer aan dit interview!

587 stemmen , Waardering: 3.1 Rating_off Rating_off Rating_off Rating_off Rating_off