Opnamen [verplaatsen]

Poniyem

  • Naam Poniyem
  • Geboorteplaats Kofidjompo
  • Geboortedatum 1925

Samenvatting

Ik heet Poniyem en ben geboren in Suriname. Ik ben geboren op Kopidjompo [Lelydorp] maar na mijn huwelijk woonde ik op Alliance. Ik was enig kind van mijn ouders. Mijn eigen moeder was overleden en mijn vader hertrouwde met een vrouw die al een kind had. Wij waren dus met zijn tweeën. Mijn man en ik zijn met mijn ouders meegegaan naar Indonesië. Zij wilden terug. Van mijn eigen familie vertrok mijn vader, mijn moeder, ikzelf en mijn twee kinderen. Mijn moeder is in Nederland overleden en mijn vader, Samid, is hier in Tongar overleden tijdens de PRRI. Ik heb in totaal zes kinderen, maar toen ik vertrok had ik er pas twee.
In Suriname was ik niet naar school gegaan. Mijn man ook niet. De school was te ver. Alliance was echt een afgelegen plek. Zijn bezigheden bestonden alleen uit landbouw.
[Familie en opvoeding]

Wij zijn steeds in Tongar gebleven, omdat wij geen geld hadden om naar andere plaatsen te gaan. Ik ben daarom ook niet naar Java gegaan om familie op te zoeken. Voor mij is Tongar het beste, beter dan Suriname. Naar Suriname kunnen wij toch niet meer terug. Mijn man ging wel naar andere plaatsen om te werken, maar keerde steeds terug naar Tongar.
Op Alliance woonden voornamelijk Javanen. Er was wayang, ludruk. Er waren groepen die daaraan deden. Ik deed er niet aan mee, maar mijn man wel. Aan slametan, kenduri deed men bij een feest of bij een verjaardag of een huwelijk.
Hier is er geen tayub, in Suriname wel. Ik ging er wel eens naar toe, maar danste niet mee. Hier werd vroeger ook wayang gespeeld, gewoonlijk bij bersih desa. Dat vond plaats in de balai desa. Heel Tongar kwam kijken. De dalang was iemand uit Suriname. In Suriname deden wij dat ook tijdens een bersih desa, wayang, dan werd er bubur abang-putih gemaakt.
Ik kook nog steeds Surinaame gerechten, bravoe, bitawiri, tayawiri. Ik plant ze zelf. Ik had dat meegenomen uit Suriname. Ik nam ook cacao en koffiepitten mee.
[Cultuur en Identiteit]

Mijn kinderen zijn hier in Tongar naar school gegaan, tot aan de SMP. Er was geen SMA. Drie van mijn kinderen wonen in Tongar en drie zijn ergens anders werk gaan zoeken, in Pekanbaru en in Jakarta. Wat voor werk weet ik niet. Ik vraag dat nooit. Ze komen weleens thuis, met lebaran.
Mijn man heeft ook geholpen om het bos hier open te maken. De verdeling van grond is niet gegaan zoals beloofd. Wij hebben grond gehad om een huis op te bouwen, maar voor de rest niet. Wij zouden 5 hectare grond krijgen, volgens Pak Hardjo. Hij zei dat wij moesten wachten tot de eerstvolgende verdeling. Nu is hij al overleden. Ik heb zelf land gekocht. Waar ik palmolie heb geplant is de grond die de allereerste keer is verdeeld om huis en tuin te maken.
Nadat wij een stuk bos van 1 hectare hadden geopend konden wij planten. Wij plantten rijst op ladang. Het duurde vijf maanden voordat wij konden oogsten. De oogst was genoeg om van te eten en niet om te verkopen. Daarnaast moest mijn man als arbeider werken. Hij bouwde bruggen. Dat deed hij ook al in Suriname. Hij ging ook naar andere plaatsen om werk te zoeken, naar Pekanbaru. Ik bleef met de kinderen achter. Hij kwam later wel weer hier terug en deed aan landbouw.
In het begin kon ik geen Indonesisch spreken. Ik leerde het samen met vrienden en kon het wel een beetje spreken. De vrouwen kwamen toen nog vaak bij elkaar als groep van landbouwers [kelompok tani], om de beurt huis aan huis. Wij legden geld bij elkaar om dingen die wij nodig hadden te kunnen kopen.
[Arbeid en ondernemerschap]

Volledig Interview

Datum: 14 maart 2010
Interviewer: Amorisa Wirastri
Vertaling en bewerking: Hariette Mingoen

Poniyem_01_portrait_14032010.JPG

Woonplaatsen

  • Suriname 1925 - 1954
  • Indonesia 1954 -

Geef een cijfer aan dit interview!

535 stemmen , Waardering: 3.0 Rating_off Rating_off Rating_off Rating_off Rating_off