Ngaisah Klar-Mohamad

  • Naam Ngaisah
  • Achternaam Klar-Mohamad
  • Geboorteplaats Moengo
  • Geboortedatum 29-01-1954

Samenvatting

Mijn vader was best wel autoritair. Zijn wil was wet. Hij was gewoon de kostverdiener. Toen hij ouder was, werd hij wel lief. Zoals je nu hier met kinderen omgaat zo werd er in Suriname niet met kinderen omgegaan. Het leven was gewoon zo daar. Voor mijn gevoel ben ik op de wereld gezet en ‘zoek het verder maar uit’. Er werd wel voor je natje en je droogje gezorgd, maar ik heb nooit het gevoel gekregen van dat ik een beste meid was, dat ik complimenten kreeg of dat ik aangehaald werd. We hebben altijd heel hard moeten werken, want mijn vader die verdiende niet zo veel. En mijn moeder die verkocht altijd eten op feestjes. Zij moest de hele week het eten voorbereiden wat ze wilde verkopen. Meestal op zaterdag en zondag verkocht ze het eten en dan moesten wij ook helpen met koken de hele dag. Plus, als je met zoveel kinderen in huis bent, is er genoeg huishoudelijk werk. Dat snap je wel. Dus elke dag moest er toch twee keer geveegd worden en twee keer afgewassen of soms drie keer zelfs afgewassen worden. Het was hard werk en dan mocht je ook nog altijd op je zusjes gaan passen, er waren namelijk nog zes onder mij. Je had gewoon geen keus en dan deed je het er maar mee. Mijn moeder was ook ontzettend streng. Ze waren echt wel veeleisend. Ik heb wel leren doorzetten.
Ik moest mezelf redden altijd. Wij spraken heel veel Nederlands of Surinaams thuis. Ik sprak wel Javaans met mijn oma. Mijn vader vond het belangrijk dat wij Nederlands spraken voor school. Je woont in Suriname dus je moet gewoon Surinaams en Nederlands leren spreken. Dat vonden zij belangrijker dan Javaans spreken. Mijn ouders gingen wel altijd naar wayang en dan gingen wij ook mee. Ook naar feestjes met een ledhek en met toneel. Wij woonden ook bij twee van die zalen, waar die feesten werden gegeven. En daar verkocht mijn moeder ook eten. Ik weet nog heel goed dat mijn opa vroeger zo’n hele grote kist had met die wayangpoppen erin, en die verhuurde hij altijd.
Verder waren de trouwerijen ook allemaal op z’n Javaans en ook als een vrouw zeven maanden in verwachting was werd er een feest gegeven. Alle Javaanse tradities werden wel gevierd. Ik had nooit zo in de gaten wat het allemaal betekende, maar ik vond het wel interessant.
[Familie en opvoeding]

Ik was zestien toen ik naar Nederland kwam, dat is best wel jong. Helemaal bleu. Ja, dat was heel eng. Ik had leren overleven, dus dat overleef je ook wel. Mijn ouders hadden zoiets van ‘nou ja als je dat wil, dan moet je dat vooral doen’. En omdat mijn andere broer hier al was vertrouwden ze het wel. Het was een hang naar avontuur: je bent zestien en je wil wat. In het begin was het natuurlijk best wel eng. Ik vond het hier natuurlijk ook zo druk hè. Je moet je voortstellen dat je hier komt en je ziet al die huizen zo aan elkaar. Dat vond ik ook al vreemd. En al die auto’s die maar buiten stonden. In Suriname heeft iedereen de auto zo keurig in de garage. En in het begin had ik wel problemen om de Nederlanders te verstaan. Ja het is natuurlijk 35 jaar geleden dat ik hier kwam, toen waren er niet zoveel buitenlanders, eigenlijk helemaal niet. Het was in 1970. Ik verstond Nederlanders heel slecht, en vooral de mensen in Den Haag. Op school had ik ook de grootste moeite om ze te verstaan. De kou was ook moeilijk. Het waren toen ook echt strenge winters. Ik ben in oktober aangekomen, dus ik had al gauw de winter. Ik weet nog goed dat ik in het begin steeds vergat mijn jas aan te doen, dat ben je ook niet gewend. Suf hè. Als je klaar bent dan ging je gewoon weg. Je pakte je tas en dan ging je weg. Hier moest je dan eerst je sjaal en flauwekul omdoen.
Ik vond het strand hier leuk, we woonden vlakbij Scheveningen. Dat kende ik natuurlijk ook niet, dat was heel indrukwekkend. Ik vond al die pretparken wel heel geweldig. Ik vond de trein hier ook geweldig, jeetje! In Suriname hadden we wel een trein, maar dat was de bauxiettrein, niet een passagierstrein. En al die hoge gebouwen en grote wegen vond ik ook indrukwekkend. Ik heb nog nooit het gevoel gehad dat ik werd gediscrimineerd, in al die jaren niet. Dus op zich valt dat wel weer mee. Ik vond die mensen altijd eigenlijk wel aardig. Ik ben nooit onheus bejegend vanwege mijn huidskleur.
[Migratie en transnationalisme]

Ik voel me thuis in Nederland. Ik voel me toch meer een Nederlander. Ja het is heel stom, maar ik voel me weinig Javaans. Ik kook wel Javaans. En als er immigratiefeesten zijn dan ga ik er nog wel eens naartoe. Dus ik heb nog wel beetje affiniteit ermee, maar ik ben niet fanatiek. Ik zeg meestal wel dat ik een Javaanse achtergrond heb. Mijn grootouders komen uit Indonesië, ik ben volbloed Javaans, geboren in Suriname en ik woon in Nederland. Dat zeg ik meestal als mensen naar mijn achtergrond vragen.
Mijn vader was een voorganger in de kerk, dus ik kan me het bidden en verschillende Javaanse tradities nog wel herinneren maar ik heb er niks mee. Ik eet ook gewoon varkensvlees. Mijn zusjes niet. Besnijdenis werd bij ons ook gedaan. Al mijn broers en mijn neefjes zijn besneden, die hebben de traditie voortgezet, maar ik niet. Volgens mij sterft de Javaanse cultuur in mijn gezin uit. Mijn dochter is half Duits en ze is in Nederland opgegroeid. Ze komt er hier ook niet mee in aanraking. In Leiden heb je weinig Javanen. Wat ik mijn kinderen heb bijgebracht is eerlijkheid, respect voor een ander en gelukkig zijn met jezelf. Dat vind ik toch wel de belangrijkste dingen. Tegenwoordig is het wel heel moeilijk, want ze willen allemaal zoveel. Ze worden alleen maar ongelukkig van de dingen die ze niet hebben. Het is toch meer een’ ik wil, ik wil’ maatschappij. Kinderen zijn tegenwoordig toch moeilijker tevreden te stellen. Als ik zie hoe ik vroeger ben opgevoed: ik had niks. Ik maakte al het speelgoed zelf. Van papier maakten we poppetjes. Van colablikjes maakten we autootjes. Alles was met je fantasie. En we speelden natuurlijk heel veel buitenspelletjes kiezelstenen en knikkers.
Als er niks aan gedaan wordt zal de Javaanse cultuur in Nederland wel gaan uitsterven. In Den Haag wordt er wel heel veel gedaan. Dat vind ik wel altijd hartstikke leuk. Maar als er geen drijfkrachten zijn om het allemaal te stimuleren dan gaat het op een gegeven moment wel uitsterven. En dat is natuurlijk jammer. Voor jongeren die opgroeien in een multiculturele samenleving is het juist zo moeilijk om je eigen cultuur te handhaven. Ik weet ook niet wat je daar aan kan doen eigenlijk. Jongeren zijn met hele andere dingen bezig dan cultuur. En ze krijgen het niet mee van huis uit. Het is heel moeilijk om dat hier te handhaven.
[Cultuur en identiteit]

Volledig interview

Datum interview: 16 juli 2010
Interviewer: Lisa Djasmadi
Bewerkt door: Rosemarijn Hoefte 

Geef een cijfer aan dit interview!

559 stemmen , Waardering: 3.0 Rating_off Rating_off Rating_off Rating_off Rating_off