Salikin Hardjo

Salikin Hardjo werd in 1910 in Malang, Java, geboren. In 1920 vertrok het gezin naar Suriname, waar vader Doel(basah) als monteur te werk werd gesteld in de bauxietindustrie in Moengo. Zes jaar later verhuisde de familie naar Paramaribo. Salikin ging naar de Selectaschool en had daarnaast bijbaantjes. Toen hij zijn diploma haalde, was hij een van de best opgeleide Javanen in Suriname. Als zetter bij een drukkerij kreeg hij interesse in de journalistiek, maar journalist is hij uiteindelijk niet geworden. Wel schreef hij tussen 1932 en 1935 onder het vrouwelijke pseudoniem Bok Sark ingezonden brieven in de krant De Banier van Waarheid en Recht over de ellendige situatie van de Javanen op de plantages. Deze stukken geven een goed inzicht in de maatschappelijke denkbeelden van de jonge Hardjo. Om van een vast inkomen verzekerd te zijn werd Hardjo ambtenaar bij de Dienst Bestrijding Volks- en Besmettelijke Ziekten. Zijn politieke interesse bleef echter groot.

In 1947 was Salikin Hardjo medeoprichter van de PBIS (Pergerakan Bangsa Indonesia Suriname, Beweging van de Indonesische Bevolking in Suriname). De PBIS propageerde de verbetering van de positie van de Javanen in Suriname in samenwerking met de overheid. Tussen de PBIS en KTPI (Kaum Tani Persatuan Indonesia, Indonesische Boeren Partij) van Iding Soemita brak een felle machtsstrijd los: er bestond een verschil in toekomstvisie en stijl tussen beide partijen. De KTPI appelleerde aan de traditionele Javaanse waarden en het heimwee naar Java terwijl de modernere PBIS een actieve inzet ter verbetering van de Javaanse positie in Suriname verlangde. De rivaliteit werd verpersoonlijkt in de strijd tussen Soemita en Hardjo om het leiderschap van de Javaanse gemeenschap. De KTPI versloeg de PBIS overtuigend bij de eerste algemene verkiezingen van mei 1949, waarbij de PBIS als politieke partij feitelijk werd weggevaagd.

Mede omdat veel PBIS aanhangers zich geïntimideerd voelden door de KTPI volgelingen, werd op 1 mei 1951 de stichting Yayasan Tanah Air (Terug naar het Vaderland) opgericht. Hardjo werd voorzitter en ex-Statenlid Johannes Kariodimedjo was vice-voorzitter. Het doel was om in Indonesië een eigen dorp te stichten en een aantal coöperatieve bedrijven op te richten. Na voorbesprekingen in Indonesië in 1951 en 1953 vertrok Hardjo in 1954 met zijn gezin en nog ruim duizend Javanen met de Langkoeas naar Sumatra en stichtte daar desa Tongar. Het dorp floreerde echter niet.Het gebrek aan succes en onderlinge onenigheid leidde tot een breuk in het Stichtingsbestuur: vice-voorzitter Kariodimedjo verliet Tongar omdat hij zich bedreigd voelde door de aanhangers van Hardjo. Ondanks de teleurstellingen en verziekte sfeer bleef Salikin Hardjo tot zijn dood in juli 1993 in Tongar wonen. In 2001 werd postuum zijn autobiografie ‘Van Suriname naar Sumatra’ gepubliceerd in Ik heb Suriname altijd liefgehad.


Pak Hardjo en ibu Warni, Tongar 1991 (uit Breunissen, 2001)

Bron: Breunissen, K., Ik heb Suriname altijd liefgehad: Het leven van de Javaan Salikin Hardjo. Leiden: KITLV Uitgeverij, 2001.

Achmad_arievie_kasto_soetoredjo_08_portrait_18-april-2010

Achmad Arievie Kasto Soetoredjo

De keus om uit Suriname te vertrekken maakte ik in de tijd dat Bouterse aan de macht was, ik was toen 22 jaar. Elke keer was er weer een...

Achmad_arievie_kasto_soetoredjo_08_portrait_18-april-2010

Achmad Arievie Kasto Soetoredjo

De keus om uit Suriname te vertrekken maakte ik in de tijd dat Bouterse aan de macht was, ik was toen 22 jaar. Elke keer was er weer een...

Djoenerie

Achmad Djoeneri

Ik was 9 jaar toen Pater Spekman op bezoek kwam bij mijn opa, bij wie ik opgroeide. Pater Spekman sprak goed Javaans. Hij vroeg mijn opa...