Tongar

Tongar (West-Sumatra) ligt in het noordelijke district Pasaman. In 1953 kreeg de stichting Yayasan Tanah Air daar 2500 hectare bos aangeboden, dat werd ontsloten door de onverharde verbindingsweg tussen de plaatsen Simpang Empat en Air Gadang (1700 inwoners). Langs deze weg plaatste de Indonesische Transmigratiedienst een vijftiental houten barakken voor de tijdelijke huisvesting van repatrianten uit Suriname. De omstandigheden waren veel primitiever dan men zich had voorgesteld.

Ook kreeg men slechts de beschikking over 1500 hectare grond, omdat de leiders van Air Gadang terugkwamen op hun eerdere overeenkomst. Het betekende dat plannen moesten veranderd en dat de beste landbouwgrond geen niet beschikbaar was. Slechts 500 van de 1500 hectare was min of meer vlak land. Eerst moest het gebied door de repatrianten worden ontbost en ontgonnen, terwijl een andere ploeg bezig was met huizenbouw. Ondanks alle inspanningen was het dorp was geen succes. De geïsoleerde ligging en het feit dat de omgeving niet echt geschikt was voor mechanische (rijst)landbouw maakte het moeilijk de in Suriname gemaakte plannen te realiseren. Het waren magere tijden voor iedereen en teleurstelling kreeg al gauw de overhand. Al na één jaar vertrokken mensen, vooral degenen zonder agrarische achtergrond, naar Medan, Pekanbaru en Jakarta op zoek naar werk, wat er in Tongar niet was. Geldnood woog zwaarder dan groepssolidariteit. Bovendien werd de oorspronkelijke solidariteit ondermijnd door onenigheid over financiële kwesties.

Ook van buitenaf was er gevaar: het dorp lag midden in het gebied dat getroffen werd door een burgeroorlog tussen 1957 en 1959. Dit was de doodsteek voor het zwak functionerende Tongar, waar de ouderen en de landbouwers overbleven. Het bevolkingsaantal in het dorp daalde snel tot een paar honderd mensen en van de Stichting was weinig meer over. Transmigranten uit Java moesten voor nieuw bloed zorgen, maar gaven maar een beperkte economische impuls. Landbouw bleef het belangrijkste middel van bestaan. In 1978 werd het eerste irrigatiekanaal aangelegd, zodat eindelijk een begin kon worden gemaakt met de natte rijstbouw. Ook de rest van de infrastructuur werd in de jaren tachtig sterk verbeterd, waardoor het isolement van de streek werd doorbroken.

Bron: Breunissen, K., Ik heb Suriname altijd liefgehad: Het leven van de Javaan Salikin Hardjo. Leiden: KITLV Uitgeverij, 2001.

Achmad_arievie_kasto_soetoredjo_08_portrait_18-april-2010

Achmad Arievie Kasto Soetoredjo

De keus om uit Suriname te vertrekken maakte ik in de tijd dat Bouterse aan de macht was, ik was toen 22 jaar. Elke keer was er weer een...

Achmad_arievie_kasto_soetoredjo_08_portrait_18-april-2010

Achmad Arievie Kasto Soetoredjo

De keus om uit Suriname te vertrekken maakte ik in de tijd dat Bouterse aan de macht was, ik was toen 22 jaar. Elke keer was er weer een...

Djoenerie

Achmad Djoeneri

Ik was 9 jaar toen Pater Spekman op bezoek kwam bij mijn opa, bij wie ik opgroeide. Pater Spekman sprak goed Javaans. Hij vroeg mijn opa...