Yayasan Tanah Air

Op 1 mei 1951 werd de stichting Yayasan Tanah Air (ook geschreven als Jajasan ke Tanah Air; Terug naar het Vaderland) opgericht. Voorzitter was Salikin Hardjo en ex-Statenlid Johannes Kariodimedjo fungeerde als vice-voorzitter. Het doel was om in Indonesië een eigen dorp te stichten en een aantal coöperatieve bedrijven op te richten. In korte tijd meldden zich tweeduizend gezinnen als lid. Leden kregen een boekje om voor hun scheepspassage te sparen. Bovendien droegen zij financieel bij aan het sturen van een achtkoppige delegatie die met de Indonesische overheid de terugkeer zou regelen. Deze oriëntatiereis duurde twee maanden en de delegatie werd tweemaal ontvangen door president Soekarno. De Indonesische regering was niet enthousiast over de opvang van duizenden repatrianten en liet niet meer van zich horen.Volgens de regering en haar vertegenwoordiger in Suriname zouden de Javanen in Suriname misschien beter af zijn dan in Indonesië. Toch vertrokken drie Stichtingsleden in maart 1953 voor een tweede bezoek. Toen kreeg men te horen dat er geen toestemming zou worden gegeven voor repatriatie naar het overbevolkte Java. Het werd Sumatra, niet Lampung zoals eerst gedacht, maar West-Sumatra.

Terug in Suriname maakte het bestuur een selectie van 300 gezinnen die als eerste groep zou repatriëren. Men koos ervoor niet te veel landbouwers mee te nemen, maar juist vakmensen die konden bouwen. Op financieel gebied ontstonden er problemen, omdat maar een deel van de geselecteerde migranten aan de verplichtingen kon voldoen. Als oplossing werd er besloten om de mensen die later naar Sumatra zouden vertrekken mee te laten betalen aan de passage van de eerste groep. De pioniers zouden dan het geleende geld vanuit Indonesië terugbetalen om zo de tweede reis te financieren. Het bestuur raadde de repatrianten aan voedsel en gereedschap mee te nemen en kocht zelf ook zwaardere machines en materialen om land te ontginnen. Het gebrek aan succes in Tongar en financiële onenigheid leidden tot een breuk in het Stichtingsbestuur: vice-voorzitter Kariodimedjo besloot Tongar te verlaten omdat hij zich bedreigd voelde door de aanhangers van Hardjo.


Tongar 1954, met op de voorgrond Hardjo en Kariomedjo (uit Breunissen 2001)

Bron: Breunissen, K., Ik heb Suriname altijd liefgehad: Het leven van de Javaan Salikin Hardjo. Leiden: KITLV Uitgeverij, 2001.

Achmad_arievie_kasto_soetoredjo_08_portrait_18-april-2010

Achmad Arievie Kasto Soetoredjo

De keus om uit Suriname te vertrekken maakte ik in de tijd dat Bouterse aan de macht was, ik was toen 22 jaar. Elke keer was er weer een...

Achmad_arievie_kasto_soetoredjo_08_portrait_18-april-2010

Achmad Arievie Kasto Soetoredjo

De keus om uit Suriname te vertrekken maakte ik in de tijd dat Bouterse aan de macht was, ik was toen 22 jaar. Elke keer was er weer een...

Djoenerie

Achmad Djoeneri

Ik was 9 jaar toen Pater Spekman op bezoek kwam bij mijn opa, bij wie ik opgroeide. Pater Spekman sprak goed Javaans. Hij vroeg mijn opa...